ABC verbetert antistollingsbeleid bij AF
19 maart 2020 - Redactieraad
Weliswaar verbetert het antistollingsbeleid bij patiënten met atriumfibrilleren (AF), maar er blijft een duidelijke variatie tussen zorggroepen bestaan. Om het beleid op gebied van antistolling (A) en bloeddruk- (B) en cholesterolbehandeling (C), afgekort als het ABC van het AF-beleid, te verbeteren, blijkt een in Londen gestart programma zijn vruchten af te werpen.
Het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) adviseert om antistolling te starten bij patiënten met een CHA2DS2-VASc ≥ 2. Hypertensie en vaatziekten zitten in deze score. Dat betekent dat ongecontroleerde bloeddruk en de gelijktijdige aanwezigheid van een coronaire hartziekte resulteren in een verdere toename van het risico op een beroerte.
Speciale software
Het programma in Londen werd uitgevoerd door een apotheker in 43 huisartspraktijken, die de zogenaamde Active Patient Link-software (APL-AF) gebruikten. Met die software kan op basis van de medische dossiers vastgesteld worden welke AF-patiënten mogelijk in aanmerking komen voor antistolling.
Die patiënten werden uitgenodigd voor een consult bij de huisarts en apotheker, waarbij indien nodig antistolling werd gestart. Ook de bloeddruk- en cholesterolbehandeling werden geoptimaliseerd.
Multidisciplinair overleg
Via wekelijkse videoconferenties besprak een multidisciplinair team van een cardioloog, hematoloog, huisarts met speciale interesse in de cardiologie, een huisartscoördinator en apotheker de complexe casus.
De patiëntendossiers konden onderling gedeeld worden, waardoor communicatie en leeromgeving verbeterden.
Verbeterd antistollingsbeleid
Gedurende het jaar 2016-2017 nam het aantal voorschriften van antistolling aan AF-patiënten die daarvoor in aanmerking kwamen (CHA2DS2-VASc ≥ 2) toe van 77,0% tot 83,3%. Deze toename van 6,3% was statistisch significant (p < 0,0001). Ter vergelijking nam het percentage antistollingsvoorschriften in heel Engeland toe met gemiddeld 2,8%. Verder halveerde het onterechte gebruik van antiplaatjestherapie als monotherapie, namelijk van 12,3% tot 6,4%.
Deze aanpak wordt momenteel uitgerold in andere Clinical Commissioning Groups (CCG’s) in Londen en is in potentie bruikbaar op landelijke niveau, specifiek voor slecht presterende CCG’s.
Chahal JK, Antoniou S, Earley M, et al. Preventing strokes in people with atrial fibrillation by improving ABC. BMJ Open Qual. 2019;8:e000783.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=31803855
Auteur: Drs. Daniël Dresden, medisch journalist